Read the first chapter
The whole of chapter one, free. About 9 min. Turn the pages with the arrows, your keyboard, or a swipe.
Chapter 1
De coupé zonder uitgang
De koperen lamp boven Mairi Frasers hoofd zwaaide bij elke bocht zo ver uit dat het licht over de ramen streek als een zoekende hand. Buiten lag de nacht tegen de trein aangedrukt: sneeuw joeg horizontaal langs het glas, en ergens onder de vloer dreunde een brug die de storm nauwelijks verdroeg.
Mairi had haar vingers nog om de rand van haar krant geklemd toen de bel in de gang één keer scherp rinkelde.
Niet de bel van de restauratiewagen. Die klonk tweemaal, met een korte pauze ertussen. Dit was de bel van de conducteur, gevolgd door het metaalachtige geratel van een deur die dichtviel.
Ze keek op.
Aan het andere einde van de coupégang stond een man in donker uniform met één hand tegen de wand gedrukt om zijn evenwicht te bewaren. De trein maakte een ruk naar links. Zijn pet gleed scheef; hij greep ernaar en vloekte zacht.
Daarna keek hij rechtstreeks naar haar.
“Mevrouw Fraser?”
Mairi vouwde de krant dicht. “Dat ben ik.”
“U bent toch van Inverness?”
“Dat hangt ervan af wie het vraagt.”
De conducteur slikte. Zijn gezicht had de kleur van het beslagen raam naast hem. “Wilt u meekomen? Er is iets met coupé twaalf.”
De trein klom door de pas met een zwaar, onregelmatig stampen. In de wand boven Mairi trilde het glaswerk. Ze stak haar hand uit naar haar jas, die over de tegenoverliggende stoel hing, en voelde hoe de wol koud en vochtig was van de sneeuw die ze in Fort William had meegenomen.
“Wat voor iets?”
“Ik kan het u beter laten zien.”
Hij draaide zich om voordat ze antwoord kon geven. Mairi volgde hem de gang in. De vloer bewoog onder haar laarzen; telkens als de rijtuigen zich tegen elkaar drukten, klonk er een doffe klap door het hout. Aan weerszijden waren de deuren van de coupés gesloten. Achter het glas van een deur zag ze een vrouw met een slapend kind tegen haar schouder. Verderop brandde een schemerlampje rood boven het toilet.
“Waarom ik?” vroeg Mairi.
De conducteur, die een naamplaatje met MacLeod droeg, hield zich vast aan de leren lus boven zijn hoofd. “U zei in de restauratiewagen dat u bij de politie had gewerkt.”
“Dat heb ik niet gezegd.”
“U zei dat u bij de politie had móéten werken.”
“Dat is iets anders.”
“Op dit moment niet.”
Hij bleef staan bij coupé twaalf.
De deur was van donker hout, met een smal rechthoekig raam op ooghoogte. Het gordijn erachter was dichtgetrokken. Op het messing plaatje stond twaalf, dof van vele handen. MacLeod stak zijn sleutel in het slot en draaide. De sleutel ging niet om.
“Van binnen vergrendeld,” zei hij.
Mairi keek naar de deurkruk. Er was geen beweging, geen lichtstreep onder de drempel. Alleen het dreunen van de wielen en het fluiten van de wind langs de rijtuigwand.
“Wie zit erin?”
“Een heer. Naam staat op de lijst als dokter Elias Bell. Hij stapte in Edinburgh in. Eerste klas.”
“En u hebt hem niet gezien sinds?”
MacLeod keek naar de sleutel in zijn hand. “Vanavond bracht ik hem thee. Rond half elf. Hij was alleen. Hij zei dat hij niet gestoord wilde worden.”
“Dat is geen antwoord.”
“Om kwart voor twaalf hoorde ik iets vallen. Daarna niets meer.”
Mairi legde haar hand op de deur. Het hout trilde onder haar palm. “Hebt u door het raam gekeken?”
“Het gordijn zit aan de binnenkant.”
“Dan schuift u het opzij.”
“Ik heb geprobeerd. Het zit vast.”
“Een gordijn zit niet vast.”
MacLeod wierp haar een gekrenkte blik toe. “Mevrouw Fraser, ik ben al zevenentwintig jaar conducteur. Ik weet hoe een gordijn werkt.”
“Dan weet u ook dat een afgesloten deur open moet.”
Een nieuwe schok trok door de trein. MacLeod botste met zijn schouder tegen de wand. Mairi greep zijn arm voordat hij viel. In dezelfde seconde klonk achter de deur een zacht, helder geluid.
Een tik.
Niet van het rijtuig. Niet van de wielen.
Van glas.
Mairi keek naar het kleine raam. Het gordijn bewoog nauwelijks, maar aan de onderkant verscheen een smalle, zwarte spleet.
“Hoorde u dat?” vroeg ze.
MacLeod knikte.
“Wie is er nog aan boord die een sleutel heeft?”
“De hoofdconducteur. Ik. De chef van de trein.”
“En wie wist dat dokter Bell niet gestoord wilde worden?”
“Dat weet ik niet.”
“Wie heeft hem het laatst levend gezien?”
MacLeod antwoordde niet.
Mairi draaide zich naar hem om. “Als er iemand gewond is, verspillen we tijd.”
“Als we de deur forceren, vernietigen we misschien - ”
“Misschien wat?”
“Bewijs.”
Het woord bleef tussen hen hangen terwijl de trein door een bocht zwoegde. Mairi hoorde het krijsen van metaal, het gedempte gerinkel van porselein ergens achter haar, en onder dat alles de wind die langs de coupés streek.
Ze had haar doel nu scherp voor ogen: binnenkomen, vaststellen wat er gebeurd was, en zorgen dat niemand anders deze gang betrad voordat ze wist wat ze aantrof.
“Breng de hoofdconducteur,” zei ze. “En haal een lantaarn.”
“U gaat niet alleen naar binnen.”
“Dan blijft u achter me.”
MacLeod keek naar de deur alsof die hem persoonlijk had beledigd. “Mevrouw Fraser, dit is geen onderzoekskamer. Dit is een trein die door een bergpas rijdt.”
“Precies daarom moeten we opschieten.”
Hij rende niet weg, maar verdween met haast om de hoek. Mairi bleef alleen achter. De lamp boven haar slingerde opnieuw. Het licht gleed over de deur, over het nummer twaalf, en verdween toen in de donkere glans van het hout.
Ze bukte zich. De kier onder de deur was zo smal dat ze eerst niets zag. Toen de trein naar rechts helde, schoof er iets in de coupé. Een schoen, dacht ze. Of een stoel die was omgevallen.
“Dokter Bell?” riep ze.
Geen antwoord.
“Dokter Bell, hoort u mij?”
Aan de andere kant van de deur klonk een zachte beweging. Mairi richtte zich op, haar hand al bij de knop.
“Niet aankomen,” zei MacLeod achter haar.
Hij kwam terug met een man die een zware olielantaarn droeg. De hoofdconducteur was ouder, breedgeschouderd en rood aangelopen. Zijn naam, Duncan Ross, stond geborduurd boven zijn borstzak.
“Wat is er?” vroeg Ross.
“Een passagier reageert niet,” zei MacLeod. “De deur zit op slot.”
Ross keek naar Mairi. “U bent?”
“Fraser.”
“De mevrouw die de politie kent?”
“Niet genoeg om door een deur heen te kijken.”
Ross zette de lantaarn op de vloer. “We breken hem open.”
MacLeod greep hem bij de mouw. “De sleutel - ”
“De sleutel werkt niet.”
“Dan moeten we een slotenmaker - ”
“De dichtstbijzijnde slotenmaker staat achter ons in Perth.”
Ross trok een korte koevoet uit een kastje in de wand. Het ijzer was zwart van ouderdom. Hij gaf het aan Mairi.
“U wilde naar binnen,” zei hij. “Doe het dan.”
Mairi nam de koevoet aan. Het metaal beet door haar handschoen heen. Ze keek nog eenmaal naar de deur. De trein schudde zo hard dat het nummerplaatje rammelde.
“Maak de gang leeg,” zei ze.
Ross draaide zich om. “Iedereen terug naar zijn coupé. Nu.”
Een deur verderop ging open. De vrouw met het kind keek naar buiten.
“Wat gebeurt er?” vroeg ze.
“Een technisch probleem,” zei Ross.
Mairi keek haar aan. “Blijf binnen.”
De vrouw zag iets in Mairi’s gezicht en trok de deur dicht.
Mairi stak het uiteinde van de koevoet tussen deur en kozijn. Het hout kraakte. De kier gaf nauwelijks mee. Ze zette haar voet tegen de wand, wachtte tot de trein een fractie rustiger liep en duwde.
De eerste poging mislukte. De koevoet schoot weg; haar knokkels sloegen tegen het messing beslag.
“Verdomme,” fluisterde ze.
“Laat mij - ” begon Ross.
“Nee.”
Ze plaatste het ijzer lager, vlak boven het slot. MacLeod hield de lantaarn omhoog. Het licht viel over zijn gespannen mond en over de donkere rand van het kozijn.
“Als er iemand binnen is - ” zei hij.
“Dan hopen we dat hij niet wacht op toestemming.”
Bij de volgende schok zette Mairi haar volle gewicht in. Het slot sprong met een doffe knal. De deur vloog een handbreed open en werd meteen door de beweging van de trein teruggeduwd.
Een ijzige tocht streek langs haar gezicht.
“Er staat een raam open,” zei Ross.
Mairi duwde de deur verder open. De coupé was klein, bekleed met groen velours en mahoniehout. Een tafeltje stond tegen de wand, met een zilveren theepot die op zijn kant lag. Thee liep in een donkere streep over het tapijt. Het lampje boven de spiegel brandde nog.
Dokter Elias Bell zat half onderuitgezakt op de bank tegenover de deur.
Zijn hoofd was naar één kant gevallen. Een donkere plek verspreidde zich over zijn hemd, net onder de ribben. Zijn rechterhand lag op de vloer, de vingers gekromd alsof hij iets had willen grijpen. Op de bank naast hem lag een open boek, de bladzijden nat van de tocht.
Mairi stapte naar binnen.
“Niet aanraken,” zei MacLeod.
Ze hoorde hem amper. De kou kwam van het raam aan de andere kant van de coupé. Het stond op een kier, niet meer dan twee vingers breed. Sneeuwvlokken draaiden naar binnen en smolten op de vensterbank.
Mairi liep niet meteen naar Bell. Eerst keek ze naar de vloer. Geen bloedspoor bij de deur. Geen omgevallen stoel. Geen wapen dat in het zicht lag. De deur had van binnen op de grendel gezeten; de grendel hing nu scheef, door het forceren verbogen.
Ze hurkte naast de bank.
“Dokter Bell?”
Zijn huid was al koud. Ze legde twee vingers tegen zijn hals, hoewel ze de uitslag al kende. Geen pols. Zijn ogen stonden halfopen, grijs in het lantaarnlicht. De wond in zijn zij was klein, bijna netjes, maar het bloed op zijn overhemd vertelde genoeg.
Mairi trok haar hand terug.
“Hij is dood.”
MacLeod maakte achter haar een geluid dat ergens tussen een zucht en een gebed lag. Ross kwam niet verder dan de drempel.
“Hoe lang?” vroeg hij.
“Dat kan ik hier niet zeggen.”
“Maar hij is - ”
“Dood, ja.”
De trein stortte zich een afdaling in. De coupé helt over; de lantaarn zwaaide aan Ross’ hand en wierp Bell een bewegende schaduw over het gezicht. Buiten sloeg de storm tegen het openstaande raam. Een dunne witte laag sneeuw lag op de vensterbank en op de rand van het gordijn.
Mairi stond op en keek naar de grendel. Het slot zat aan de binnenkant. De deur was dicht geweest. Geen tweede deur, geen doorgang naar de volgende coupé. Alleen het raam.
“Was het raam open toen u hier kwam?” vroeg ze.
MacLeod knikte langzaam. “Ik zag het niet. Het gordijn was dicht.”
“Het raam stond op een kier.”
“Dat kan niet,” zei Ross. “Met deze wind zou het vanzelf verder opengaan.”
“Niet als iemand het heeft vastgezet.”
Mairi boog zich naar de vensterbank. Daar zat een dunne metalen haak, glimmend van vocht. Het raam was niet zomaar blijven steken; het was van binnenuit op die kier gehouden. Ze raakte de haak niet aan.
Achter haar kraakte de gangvloer. Een stem riep dat de treinchef eraan kwam.
Mairi keek opnieuw naar het lijk. Bell had in zijn linkerhand iets vast. Geen wapen. Een stukje papier, samengeknepen tussen zijn vingers.
“MacLeod,” zei ze.
“Ja?”
“Sluit de deur niet opnieuw.”
“Waarom niet?”
“Omdat iemand deze coupé heeft verlaten zonder door die deur te gaan.”
Hij staarde haar aan. “Door dat raam?”
Mairi keek naar de zwarte afgrond buiten, waar sneeuw en duisternis door elkaar joegen. De trein reed hoog boven een ravijn; de wind rukte aan het raamkozijn alsof hij de hele coupé naar buiten wilde trekken.
“Dat is de enige uitgang die ik zie.”
Op dat moment schoof het verfrommelde papier uit Bells hand en viel tussen de planken.
Mairi bukte zich, maar stopte voordat haar vingers het raakten.
Op het zichtbare stukje stond één woord, geschreven met een trillende pen:
Fraser.
End of chapter one. 4 more chapters and about 10,722 words in the full book.
Swipe or use the arrows to turn the page
What's inside: 5 chapters
- 1. De coupé zonder uitgang
- 2. Een schuld uit het verleden
- 3. Sporen in de bagagewagen
- 4. De klok liegt
- 5. De noodrem in de mist
About this book
"Murder On The Highland Express" is a fiction book by Anonymous with 5 chapters and approximately 10,722 words. A locked-room mystery aboard a night train crossing the Scottish Highlands.
This book was created using Inkfluence AI, an AI-powered book generation platform that helps authors write, design, and publish complete books. It was made with the AI Novel Writer.
Frequently Asked Questions
What is "Murder On The Highland Express" about?
A locked-room mystery aboard a night train crossing the Scottish Highlands
How many chapters are in "Murder On The Highland Express"?
The book contains 5 chapters and approximately 10,722 words. Topics covered include De coupé zonder uitgang, Een schuld uit het verleden, Sporen in de bagagewagen, De klok liegt, and more.
Who wrote "Murder On The Highland Express"?
This book was written by Anonymous and created using Inkfluence AI, an AI book generation platform that helps authors write, design, and publish books.
How can I create a similar fiction book?
You can create your own fiction book using Inkfluence AI. Describe your idea, choose your style, and the AI writes the full book for you. It's free to start.
Write your own fiction book with AI
Describe your idea and Inkfluence writes the whole thing. Free to start.
Start writingCreated with Inkfluence AI